Opbouw van een bowlingbaan: alle onderdelen uitgelegd
Aanloop, foutlijn, boards, pijlen, breakpoint en pindeck: waarvoor elk onderdeel van een bowlingbaan dient, met de officiële maten, en hoe ze je helpen bij het mikken.
De onderdelen van een bowlingbaan in één oogopslag
Een bowlingbaan bestaat uit de aanloop, waar je je passen zet, de foutlijn, de eigenlijke baan met zijn boards en pijlen, en het pindeck met de tien pins. Aan beide kanten van de baan lopen de goten. Als je weet waarvoor elk onderdeel van een bowlingbaan dient, mik je nauwkeuriger en herhaal je je worpen betrouwbaarder. De maten hieronder volgen de specificaties van het United States Bowling Congress (USBC).
De aanloop
De aanloop is het gedeelte vóór de foutlijn waar je je passen zet. Hij is minstens 15 voet (ongeveer 4,57 m) lang.
De dots op de aanloop
Op de aanloop vind je rijen dots, meestal op 12 en 15 voet (ongeveer 3,66 en 4,57 m) achter de foutlijn. De middelste dot ligt op board 20, het midden van de baan. Als je altijd bij dezelfde dot begint, wordt je aanloop herhaalbaar.
De slide bij de foutlijn
Bij de laatste pas glijdt je glijvoet naar de foutlijn – de linkervoet bij rechtshanders, de rechtervoet bij linkshanders. Om dat gelijkmatig te laten verlopen, moet de zool kunnen glijden: vocht of vuil onder je schoenen kan de slide afremmen.
Ook je schoenen spelen hierbij een rol. BOWLIO-bowlingschoenen hebben een doorlopende leren zool onder beide schoenen, waardoor ze geschikt zijn voor links- en rechtshandige bowlers. De witte hak met het ingeperste logo laat geen sporen achter op de baan.
De foutlijn
De foutlijn scheidt de aanloop van de baan. Raak of overschrijd je hem tijdens je worp, dan telt de worp als fout en tellen de omgegooide pins niet mee. Veel centra registreren fouten elektronisch. Meer daarover lees je in onze bowlingregels eenvoudig uitgelegd.
De baan
Lengte en breedte
Van de foutlijn tot het midden van de koppin meet een bowlingbaan 60 voet (18,29 m). Hij is 41,5 inch (ongeveer 1,05 m) breed.
De boards
Een baan bestaat meestal uit 39 boards in de lengterichting; op synthetische banen markeren lijnen hetzelfde raster. De boards worden vanaf de rand geteld, en board 20 is het midden. Bowlers gebruiken ze om hun startpositie, hun richtpunt en de baan van de bal te beschrijven.
Houten en synthetische banen
Traditionele houten banen zijn voorin en bij de pins van hard esdoornhout gemaakt, en daartussen van grenen. Veel centra gebruiken tegenwoordig in plaats daarvan synthetische baanoppervlakken.
Olie op de baan
Een bowlingbaan is niet droog: een onderhoudsmachine brengt een dunne laag olie, de conditioner, in een bepaald patroon aan. Bij een typisch huispatroon ligt er meer olie in het midden van de baan en minder naar de randen toe. De olie bepaalt waar de bal glijdt en waar hij begint te hooken. Onze beginnersgids over oliepatronen legt dat uitgebreid uit.
Pijlen en het breakpoint
De pijlen
Zeven pijlen zijn in de baan aangebracht tussen 12 en 16 voet (ongeveer 3,66 tot 4,88 m) voorbij de foutlijn, meestal rond 15 voet. Mikken op een pijl een paar meter voor je is makkelijker dan mikken op pins op 60 voet afstand. Daarom kijken veel bowlers bij het gooien naar de pijlen en niet naar de pins.
Het breakpoint
Het breakpoint is het punt waarop de bal ophoudt met glijden en richting de pins begint te hooken. Waar het ligt, hangt af van het oliepatroon, je bal en je snelheid. Onze gids over pijlen, dots en boards laat zien hoe je deze hulpmiddelen samen gebruikt.
Het pindeck
De pins
De tien pins staan in een driehoek, van midden tot midden 12 inch (ongeveer 30,5 cm) uit elkaar. Een pin is 15 inch (ongeveer 38 cm) hoog en weegt tussen 3 lb 6 oz en 3 lb 10 oz (ongeveer 1,53 tot 1,64 kg).
Koppin en pocket
De koppin, pin nummer 1, staat op board 20. Voor een strike mikken bowlers op de pocket ernaast: tussen pin 1 en 3 bij rechtshanders, tussen pin 1 en 2 bij linkshanders. Hoe je die vaker raakt, lees je in ons artikel over de strike-pocket raken.
Kickbacks
De zijwanden naast het pindeck heten kickbacks. Pins die ertegenaan botsen, kunnen terugkaatsen op het deck en nog meer pins omgooien.
Hoe de onderdelen samenwerken
Een worp begint op de gekozen dot op de aanloop, gaat via een schone slide vóór de foutlijn, stuurt de bal over je richtpijl en via het breakpoint de pocket in. Ken je deze referentiepunten, dan kun je je worpen gericht bijsturen. Meer basiskennis vind je in onze bowlinggids voor beginners.