De strike pocket vaker en betrouwbaarder raken
Wat de strike pocket is, waarom de invalshoek ertoe doet, hoe je richt met pijlen en stippen en hoe je bijstuurt na een Brooklyn, een te volle of een te dunne treffer.
Wat is de strike pocket?
De strike pocket is de plek waar je bal de pins moet raken om de meeste kans op een strike te hebben. Bij rechtshandige bowlers ligt die tussen de 1-pin en de 3-pin, bij linkshandige bowlers tussen de 1-pin en de 2-pin.
Bij een ideale strike van een rechtshandige raakt de bal maar vier pins: de 1, 3, 5 en 9. De geraakte pins werpen de rest om. Geen enkele bowler raakt de pocket bij elke worp, maar met een duidelijk doel, de juiste invalshoek en kleine, bewuste aanpassingen raak je hem veel vaker.
Invalshoek: waarom de hoek ertoe doet
De invalshoek is de hoek waaronder je bal de pins raakt. Een recht gegooide bal bereikt de pocket onder een hoek van hooguit ongeveer 1,5 graad. Een hakende bal kan een grotere hoek bereiken, en grotere invalshoeken blijken gunstiger te zijn voor strikes.
Veel trainers vinden ongeveer 4 tot 6 graden ideaal. Onder ongeveer 3 graden mist de bal voorwaartse kracht en wordt hij door de pins afgebogen; typisch blijven dan bij rechtshandigen de 10-pin en bij linkshandigen de 7-pin staan. Een bal die goed binnenkomt, gaat door het midden van de opstelling en duwt de 5-pin naar achteren. Daarom is de invalshoek net zo belangrijk als nauwkeurigheid: een bal die de pocket onder een goede hoek bereikt, werpt meer pins om dan een bal die er recht op af komt.
Een steilere invalshoek krijg je met een startpositie verder naar binnen en een bal die je naar buiten richting de goot speelt, met iets minder snelheid, met meer rotatie of met een bal die eerder reageert. De gids Hookbal of rechte bal legt uit welke stijl bij je past.
Richt op de pijlen, niet op de pins
De pins staan 18,29 m (60 voet) van de foutlijn, en dat maakt ze tot een slecht richtpunt. Beginners doen het bijna altijd beter als ze op de pijlen richten. De baan heeft zeven richtpijlen, ongeveer 4,57 m (15 voet) voorbij de foutlijn.
Pijlen
De baan bestaat uit 39 planken, die voor rechtshandigen van rechts naar links worden geteld. De pijlen helpen je om de bal over een bepaalde plank te spelen. Een gebruikelijk startpunt voor rechtshandigen: ga op plank 17 staan en speel de bal over de tweede pijl van rechts, rond plank 10 en 11. Linkshandigen doen hetzelfde in spiegelbeeld.
- Ga elke keer op dezelfde plank staan. Gebruik de stippen op de aanloop om die te vinden.
- Kijk naar je richtpijl tijdens de hele aanloop en release.
- Speel de bal over de pijl en laat hem de pocket in haken.
- Kijk waar de bal de pins raakt. Daaraan zie je hoe je moet aanpassen.
Stippen
Op de aanloop liggen twee rijen stippen, op 3,66 m (12 voet) en 4,57 m (15 voet) vóór de foutlijn. Gebruik ze om je voeten elke keer op dezelfde plank te zetten.
Pijlen, stippen en planken worden uitgebreider uitgelegd in onze gids over richten.
Hoe de baanconditie de pocket beïnvloedt
De olie op de baan bepaalt hoeveel en wanneer je bal haakt, en daarmee waar hij bij de pins aankomt.
Housepatroon
De meeste bowlingcentra gebruiken een housepatroon, met minder olie aan de buitenkant van de baan en meer in het midden. Dit patroon vergeeft fouten: een bal die iets te ver naar buiten gaat, vindt daar meer wrijving en haakt terug richting de pocket.
Sportpatronen
Sportpatronen verdelen de olie gelijkmatiger over de baan en zijn duidelijk veeleisender. Er is minder ruimte voor fouten, dus nauwkeurigheid telt zwaarder.
Veranderende baan
De baan verandert in de loop van een sessie. Waar veel ballen lopen, verdwijnt olie en haakt de bal eerder. Tegelijk nemen ballen olie mee naar het droge achterste deel van de baan, waar de bal dan later haakt. Begint je bal te vroeg te haken, dan is verder naar binnen gaan staan op de aanloop een gebruikelijke aanpassing.
De verschillende patronen worden uitgelegd in onze gids over oliepatronen op de bowlingbaan.
Veelvoorkomende missers en hoe je ze corrigeert
Brooklyn
Een Brooklyn is een bal die naar de andere kant van de headpin doorschiet: bij rechtshandigen in de 1-2-pocket in plaats van de 1-3. Soms vallen alle tien pins toch, maar een betrouwbare strike is het niet. Je bal haakt te veel voor de lijn die je nu speelt.
Te vol geraakt
Bij een te volle treffer (‘high hit’) raakt de bal de headpin te frontaal in plaats van onder een hoek de pocket in te gaan. Ook dat wijst op een bal die te veel haakt voor je lijn.
Te dun geraakt
Bij een te dunne treffer (‘light hit’) schampt de bal de pocket alleen en gaat hij niet door de opstelling heen. Gaat de bal te vroeg rollen of komt hij te vlak binnen, dan blijven pins zoals de 5 of de 8 vaak staan.
De basisregel: volg de misser
Houd je richtpijl aan en verplaats je voeten in de richting van de misser. Gaat de bal links langs, schuif dan één plank naar links; gaat hij rechts langs, één plank naar rechts. Doordat je richtpunt gelijk blijft, verandert de hoek van je lijn.
Maak kleine verplaatsingen en verander steeds maar één ding. Grote verplaatsingen zorgen voor nieuwe problemen, en als je meerdere dingen tegelijk verandert, weet je niet wat heeft gewerkt.
Een gelijkmatige aanloop
Aanpassingen werken alleen als je aanloop herhaalbaar is. Als je voetenwerk, snelheid of eindpositie van worp tot worp verschilt, komt de bal elke keer op een andere plek bij de pins aan.
- Begin elke keer op dezelfde plank.
- Loop recht op je doel af.
- Houd hetzelfde ritme over vier of vijf stappen.
- Eindig in balans met een gecontroleerde slide.
Dat laatste hangt ook af van je schoenen. Als je slidevoet bij elke worp op een andere plek tot stilstand komt, verschuift je releasepunt mee. BOWLIO-bowlingschoenen hebben onder beide schoenen een leren glijzool en zijn geschikt voor links- en rechtshandige bowlers, van beginner tot prof. Voetenwerk en timing komen aan bod in onze gids over de aanloop in 4 stappen.
Samenvatting
- Ken je pocket: 1-3 voor rechtshandigen, 1-2 voor linkshandigen.
- Zoek de hoek: een invalshoek van ongeveer 4 tot 6 graden geldt als ideaal.
- Richt op de pijlen, niet op de pins.
- Lees de baan en pas je aan als die verandert.
- Volg de misser met kleine verplaatsingen van je voeten, met hetzelfde richtpunt.